Bekkenbodemspieren
Zeker oefenen!

Inge Vandendriessche (kinesiste) geeft enkele tips voor wanneer u thuiskomt na het verwijderen van de sonde (dit is meestal een dag of zeven na de operatie).

U heeft een zware ingreep ondergaan, dus spreekt het vanzelf dat men de eerste zes weken na de operatie geen zware arbeid mag verrichten, noch heffen boven de 5 kilogram of fietsen.

Er is altijd wat minimale schade aan de zenuwen tijdens de operatie, vandaar dat er in het begin, nadat de sonde verwijderd werd, niet echt een plasdrang gevoeld wordt. Deze plasdrang komt terug. Daarom is het aan te raden om de eerste dagen heel regelmatig te gaan plassen, bv. om het uur, en dit de ganse dag door. Na enkele dagen mag dit al om het anderhalf uur tot om de twee uur.


Het Plassen

In het begin is er meestal een weinig krachtige plasstraal. Na verloop van tijd zal die terug beter worden. Daarom plast u best in zittende houding. Er moet tijd gemaakt worden voor de urinelozing. Er mag niet geperst worden. Eenmaal de urine aan het lopen is, mag de straal nooit onderbroken worden, ook al is er wat vervelende irritatie van het plaskanaal waar voorheen de sonde aanwezig was. Na het plassen wordt er nogmaals goed op de onderbuik gewreven, en wordt er een druk gegeven op de balzak, dit om de laatste druppels urine naar buiten te bewegen.


Stoelgang

Het is heel belangrijk om dagelijks te kunnen ontlasten (tip: 3 à 5 stukken fruit per dag eten, eventueel tijdelijk iets vragen aan de huisarts om de evacuatie van de stoelgang te bevorderen). Er mag dus zeker niet hard geperst worden op het toilet, dit om bloedingen of lekkages te vermijden. 


Incontinentiemateriaal

Voor het verlies van urine bestaat er aangepast incontinentiemateriaal in functie van de hoeveelheid urineverlies. Met een voorschrift van de arts krijgt men korting in de thuiszorgwinkel of bij de mutualiteit.

Vochtinname

Dagelijks moet er 1,5 l vocht ingenomen worden. Dit moet mooi verdeeld worden over de dag. Bij het ontbijt drink je bv. 2 koppen vocht (samen goed voor 400 cc vochtinname). In de loop van de voormiddag drink je 1 kop vocht (200 cc) en bij het middagmaal 2 koppen (400 cc). In de loop van de namiddag drink je 1 kop (200 cc) en bij het avondmaal tenslotte 2 koppen (400 cc). Na het avondmaal wordt er (liefst) niets meer gedronken, anders moet er 's nachts te veel opgestaan worden om te urineren. Sommige dranken werken blaasprikkelend. Deze dranken veroorzaken meer plasdrang of urineverlies na inname. Daarom is het aan te raden om alcohol, koffie, thee (coffeïne, theïne), cola en alle dranken met gas te vermijden of sterk te beperken. Sterk gekruide spijzen worden om dezelfde reden ook best vermeden.


Koude temperaturen

In de winter kan de koude temperatuur een plasdrang of urineverlies gaan uitlokken.                     Het is aan te raden een sportbroek of lange onderbroek onder de lange broek te dragen zodat de bekkenregio en bovenbenen warm blijven.


Bekkenbodemspieroefeningen

Bekkenbodemtherapie wordt gegeven door een bekwame therapeut, dus een therapeut die een biofeedback- en electrostimulatietoestel bezit en de behandeling correct uitvoert.

Door het wegnemen van de prostaat is de functioneel lengte van het plaskanaal korter geworden waardoor de sluitingskracht daalt en waardoor de afsluiting van de blaas minder krachtig is. Het is dan ook heel normaal dat, wanneer de druk in de buik verhoogt (bv. bij hoesten / niezen / lachen / de neus snuiten / rechtstaan van een stoel of zetel / in -en uit bed stappen / wandelen naar het toilet met een volle blaas / wandelen op straat, etc...) er in minder of meerdere mate urineverlies kan ontstaan. We noemen dit inspanningsincontinentie.

Een bekkenbodemtherapeut leert je o.a. hoe je, vooraleer je hoest of niest of uit je zetel rechtstaat of uit je bed komt om eerst je sluitspiertjes op te spannen en dan pas de activiteit uit te voeren die urineverlies uitlokt. Zodoende blijft jouw blaas op dat moment mooi afgesloten en kan je het urineverlies beperken of zelfs tegenhouden.

In de namiddag of tegen de avond is het normaal dat het urineverlies toeneemt door de vermoeidheid en als gevolg het krachtverlies van de sluitspieren.


Enkele aandachtspunten

U moet dagelijks een uur wandelen.

U moet dagelijks de bekkenbodemspieren, die de kinesist(e) u geleerd heeft, herhalen en dat zo lang mogelijk.

Het is belangrijk om regelmatig te controleren of de urinestraal gelijk blijft of zeker beter wordt in de loop van de herstelperiode. Wanneer de urineflow minder sterk wordt dan de voorbije dagen moet u best een arts of uroloog raadplegen om een eventuele obstructie op te sporen en te behandelen.

Er kan altijd een urineweginfectie ontstaan. U ervaart dan een branderig gevoel bij plassen of u zal meer plasdrang hebben dan de dagen voorheen. Het kan nuttig zijn om wat ochtendurine op te vangen in een steriel recipiënt en dit af te geven bij de huisarts om de eventuele urine-infectie op te sporen en indien nodig te behandelen.

Het is ook belangrijk dat u vermeldt als er pijn of krampen in de bekkenbodemregio ontstaan.     U moet hier niet mee blijven rondlopen tot de volgende controle bij de arts.